Maandag 5 november: 7e landelijke Dag van de BHV
  •  Realistisch
  •  Praktijkgericht
  •  Belevingsgericht

Crisicom Crisismanagement en Bedrijfshulpverlening

Arbowet en regelgeving

BHV moet minimaal voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Tegelijkertijd worden in wetten, regels en normen steeds minder specifieke eisen genoemd. De BHV-organisatie dient vooral op maat te worden gemaakt. Afgestemd op de risico's binnen de betreffende organisatie. De uitkomsten van de RI&E zijn leidend om tot BHV-beleid te komen.

In de laatste wijziging van de Arbowet, juli 2017, is er meer vastgelegd ten aanzien van preventie. Eerdere wijzigingen (2007) betrof het praktischer en doelmatiger omgaan met het veiligheidsbeleid.

Veelgestelde vragen, zoals 'Hoeveel BHV'ers moet ik hebben' en 'Hoe vaak moet BHV worden herhaald' heeft Crisicom voor u onder elkaar gezet. De uitgangspunten voor BHV vindt u hier.

Kijk ook bij de onderwerpen Arbowet, RI&E en Bedrijfshulpverlening voor meer informatie. Wenst u persoonlijk advies? Bel nu met 033 - 707 4795.


De wetgever meldt dat de Arbowet een kaderwet is, oftewel geen concrete regels inhoudt. De verantwoordelijkheid voor een werkplek die voldoet aan de wettelijke normen, ligt primair bij de werkgever. De werkgever moet ook zorgen dat de wettelijke doelvoorschriften worden nageleefd. Hoe de doelen worden bereikt mag de werkgever zelf bepalen.

De wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden is ingedeeld in drie niveaus: de Arbowet, daarnaast het Arbobesluit en de Arboregelgeving. Hieronder een gedeelte uit de Arbowet met betrekking tot BHV. Daaronder meer uit met name de Arboregelgeving.

Arbowet, Artikel 3
1. De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij hij, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, het volgende in acht neemt:
 e. doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties;
• Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Artikel 15
1. De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van artikel 3, eerste lid, onder e, van deze wet bijstaan door een of meer werknemers die door hem zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners.
2. Het verlenen van de bijstand houdt in elk geval in:
   a. het verlenen van eerste hulp bij ongevallen;
   b. het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen;
   c. het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of de inrichting.
3. De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behoren kunnen vervullen.

Werkgever en werknemer, inspectie en verzekeraar
De werkgever is als enige verantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk. Als er daadwerkelijk iets fout gaat, vindt de ‘echte’ afrekening plaats.  En als de Inspectie van mening is dat de BHV onvoldoende heeft gefunctioneerd en de zaken dus niet goed waren geregeld, wordt de werkgever hieraan schuldig bevonden.

Wie hierbij ook betrokken is of wordt, is de verzekeraar. De verzekeraar verwacht dat de werkgever aan wet- en regelgeving voldoen en daarmee zelf er alles aan zal doen om het gevaar te voorkomen of de schade te beperken. Dat is een standaard clausule bij schadeverzekeringen. Als blijkt dat dit niet het geval is, zal de verzekeraar vaak niet –of veel minder- uitkeren.

De verplichtingen voor de werkgever betreffen meerdere aandachtspunten, waaronder bijvoorbeeld de verplichting van de RI&E en het Plan van Aanpak. Daarnaast worden aandachtspunten gegeven ten aan zien van opleiding en uitrusting:
Als een organisatie BHV’ers aanstelt, moet ervoor gezorgd worden dat zij beschikken over een goede opleiding en uitrusting om hun taken goed uit te voeren. Bedrijven moeten naast het nemen van maatregelen op gebied van BHV ook contact onderhouden met de externe hulpverleningsorganisaties (bijvoorbeeld brandweer of politie) wanneer er zich een ongeval voordoet.’

 

De Europese richtlijn 89/391/EEG blijft onverminderd van kracht. Deze spreekt van:
-   één of meerdere werknemers die een specifieke taak hebben op het gebied van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die-,
-   afhankelijk van de grootte van het bedrijf, de risico’s e.d. en
-   op basis van risico’s die nooit kunnen worden voorkomen,
-   aangewezen worden en belast zijn met het in praktijk brengen van maatregelen op het gebied van eerste hulp, brandbestrijding en evacuatie van werknemers, ernstig en onmiddellijk gevaar,
-   recht hebben op een passende opleiding, die indien nodig, op gezette tijd worden herhaald.

(Zie ook: ..)

Per 1 juli 2017 kent de Arbowet een aantal nieuwe verplichtingen:
Maatregelen bedrijfsgezondheidszorg
o    Werknemers hebben het recht een bedrijfsarts te kunnen consulteren
o    De bedrijfsarts krijgt de gelegenheid iedere arbeidsplaats in het bedrijf te bezoeken.
o    De werknemer krijgt het recht op een second opinion (het raadplegen van een tweede bedrijfsarts)
o    De bedrijfsarts moet beschikken over een adequate klachtenregeling.
o    Alle arbodienstverleners (dus niet alleen de bedrijfsarts) werken nauw samen met en adviseren aan de preventiemedewerker, de ondernemingsraad en/of personeelsvertegenwoordiging (of bij het ontbreken daarvan de belanghebbende werknemers) van de werkgever.
o    De bedrijfsarts kan zélf ook een boete krijgen als hij zich niet houdt aan het mogelijk maken van de second opinion en als hij niet beschikt over een klachtenregeling. Bedrijfsartsen en andere arbodienstverleners kunnen daarnaast een boete krijgen als zij niet adviseren aan en samenwerken met de preventiemedewerker en de or/pvt. Idem als zij het advies van de arbodienstverlener met betrekking tot de toetsing van de RI&E niet doorzendt aan de or/pvt.
o    Grotere medewerkersbetrokkenheid: de werknemersvertegenwoordiging krijgt instemmingsrecht bij de keuze voor de preventiemedewerker en diens rol in de organisatie.
o    Duidelijkere rol preventiemedewerker: de preventiemedewerker krijgt een duidelijkere rol in de organisatie en krijgt ook als taak om te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en de andere arbodienstverleners.
o    Basiscontract arbodienstverlening: hierin moet staan hoe de arbodienstverlener de voor de werkgever verplichte taken uitvoert. De Inspectie SZW gaat handhaven op aanwezigheid van het basiscontract.

  •  Realistisch
  •  Praktijkgericht
  •  Belevingsgericht